Taverne restaurant Ter Biestmolen te Zwalm Mechelse koekoek Zwalmmolen
Taverne restaurant Ter Biestmolen te Zwalm

De molen

Geschiedenis De Zwalmmolen.

De Zwalmmolen eertijds meestal Ten Bergenmolen of Swalme Meulen genaamd,werd reeds in 1040 vermeld en behoorde toen tot de domeinen van de Sint Pietersabdij op de Blandijnberg te Gent: ”et molendinum unum super fluviolum sualma”.

Hij duikt ook op in een akte van Boudewijn V, graaf van Vlaanderen die gedateerd is  anno 1063.: ”ad  Sualman I curtulium vestitum et VIII bonarias terre cum dimidia aqua et domidio molendino”. Hij staat als Swalme Meulen getekend op een kaart die gemaakt werd in opdracht van Mgr.Triest (1621-1657)

De monniken haalden er hun profijt uit maar ook de ganse omgeving had baat bij de vele werkzaamheden waarvoor deze molen ooit bekend was : als graangemaal, als pletmolen voor lijnzaad  om lijnolie voor  verven te bekomen of koolzaad om brandstof te leveren voor de verlichting met olielampen Deze olieslagerij werd afgebouwd omstreeks 1891. Ooit  werd zelfs tabak vermalen tot snuif of gebrande cichoreiwortelen als vervangmiddel voor koffie.

Na de inbeslagname tijdens de Franse Revolutie werd de molen als zogenaamd zwartgoed weer te koop gesteld en de Familie Haesebeyt uit Gent verwierf de molen. De archieven van het kadaster leren ons de opeenvolgende eigenaars  kennen tot  de molen stilviel omstreeks 1964. Rentenier Pierre Arthur Haesebeyt uit Bottelare  staat in de rij van de civiele eigenaars voor 1817 .Coleta Haesebeyt beheert de molen gedurende dertig jaar,tussen 1845 en 1875.Als zij overlijdt wordt alles verkocht te Gent in de Minardschouwburg op woensdag 16 juni 1875. Het moet een belangrijke verkoop geweest zijn met heel wat belanghebbenden want er zijn niet minder dan vier notarissen aangesteld om alle goederen van deze dame te verkopen. We lezen Tyman uit Gent, Lagasse uit Brussel, De Saeger uit Bottelaere en Van Damme uit Nederzwalm.

In de aankonding van de  te verkopen goederen  staat ook “enen schoonen koren en oliewatermeulen met meegaende hofsteede, tuin, land en boomgaard genaemd den molen ten Berghen; groot 27 aren en tien centaren,en verder 7 andere copen alles in gebruik bij Prosper Van dermensbrugge tot 1 maerte 1880 aen 1450 Fr.’sjaars.Boomprijs 100 Fr.” De huurder koopt zelf -en wordt eigenaar.maar drie jaar later overlijdt hij zodat zijn weduwe Ida Tack zich genoodzaakt ziet af te bouwen door het olieslaan stop te zetten in 1891 Het kadaster vermeldt de aanbouw van een nieuwe vleugel in 1930 waarin een cylindermolen onderdak vindt. Door erfenis komt de molen in 1934 in bezit van de gemeentesecretaris  Karel Vanden Haute die getrouwd was met een dochter. Daarna wordt molenaar Odilon Vanden Haute door gifte eigenaar en bij zijn overlijden in 1955  zijn weduwe Alice Dumont.

Later duikt Arthur Van Ronse uit Zottegem op. Naar verluidt zou de dienstdoende molenaar beide handen verloren zijn tussen de tandraderen of de maalstenen in 1965 en zou er in 1970  een dochtertje van de zuster van de molenaar in de Zwalm verdronken zijn. De advocaat Marcel Deboe uit Ophasselt kocht de ganse site  in de zeventiger jaren. Hij maakte er een horecazaak in die tegemoet kwam aan het toenemend dagtoerisme in de Zwalmstreek. Tevens was hij een grote promotor van dit toerisme waarvoor hij een gedenkplaat kreeg die tegen de gevel van de molen hangt. Na zijn dood( 1925-1989)runde zijn weduwe Irene Rombouts de horecazaak nog ruime tijd. De molen draaide daarna nog sporadisch als entertainment voor  de verbruikers en de toeristen. Stilaan raakte hij in verval.Het waterwiel, een bovenslagrad met 1,9 m. brede schoepen en met een  doorsnede van 3 m. wordt langzaam door roest toegetakeld en slibt  toe. Ook de lossluis, voornamelijk in ijzer met een tandradkam en een van binnenuit bediende aandrijving kent hetzelfde lot.

Omdat de waterhuishouding van de Zwalm niet langer door molenaars geregeld werd greep het openbaar bestuur in  en werden er voor elke watermolen automatische klepstuwen gebouwd omstreeks 1981. Om de Zwalmmolen toch blijvend van watertoevoer te voorzien werd een  grote ondergrondse verbinding  gemaakt die volgens het principe van de communicerende vaten het waterpeil op dezelfde hoogte houdt, voor en achter de automatische stuwklep. Er werd immers een dwarsmuur gebouwd op de bypas  van de Zwalmbeek,waaop de wtermolen gesitueerd  lag.

Op oude prentkaarten is aan de andere kant van de beek nog een molensite zichtbaar zodat we kunnen spreken van een dubbelmolen die beide met hetzelfde waterrad werden aangedreven.

Deze laatste is op enkele grondvesten na volledig afgebroken.In de huidige molen  is het maaltechnische gedeelte nog betrekkelijk intact maar restauratie dringt  zich op.Door insijpeling van regenwater zijn een paar draagbalken reeds verrot en staan gesteund.

Een lichtpunt was het  beschermingsbesluit als monument  daterend van 7 maart 1994.Toen werden trouwens alle resterende watermolens uit de Vlaamse  Ardennen beschermd monument verklaard, de meeste zelfs samen met het omliggend dorpsgezicht.

Tevens  was de ganse site eigendom geworden van het Oost-Vlaamse provinciebestuur omstreeks begin  jaren negentig waarbij de  daken vernieuwd  of hersteld werden.Ook werd in het tegenoverstaand  statige molenhuis  de horecauitbating overgebracht.  De  vrijgekomen ruimte in de molen diende als stapelplaats voor de fietsen die door.de dienst toerisme uitgeleend worden. Zo was het licht op groen gezet om een restauratiedossier in te dienen door de eigenaar : het provinciebestuur.Veel hindernissen moesten genomen worden en de molen van de administratie draait amper vlugger dan het nu stilstaande waterrad.

De kogel blijkt door de kerk want een groot paneel  en recent geplaatste  hekkens luiden de restauratie in met december 2006 als start.De drie koppels maalstenen,de haverbreker,de galg om stenen open te trekken, het sleepluiwerk om de zakken op te hijsen, de gietijzeren aandrijfwielen en een bijzondere walsenmaalstoel van het bekend merk Midjet worden aangepakt evenals de stabiliteit van het gebouw. In een eerste fase is een bedrag voorzien van 540000 euro incluis b.t.w. Twee architectenbureau’s buigen zich over deze restauratie : Jacobs uit Gavere en De Bruyn uit Aalst. Onroerend Erfgoed Vlaanderen heeft zijn steun toegezegd.